De « James Caird » is de sloep waarmee de beroemde Zuidpoolreiziger Shackleton zijn avontuurlijke overtocht van 1300 kilometer maakte van Elephant Island naar Zuid-Georgië in volle winter over een van de ruwste oceanen. Het is ongetwijfeld een van de meest legendarische vaartuigen in de geschiedenis van de Antarctische exploratie. De walvissloep wordt als een relikwie tentoongesteld in Dulwich College, waar Shackleton school liep, aan de zuidelijke rand van Londen. De sloep werd genaamd naar Sir James Caird, een industrieel van Dundee in Schotland, wiens genereuze financiële bijdrage de Endurance Expeditie mogelijk had gemaakt.
De Ierse poolreiziger Ernest Shackleton (1874-1922) was een
onvermoeibare werker, met een sterke, charmante persoonlijkheid. Zijn motto was
«Fortitudine vincimus» : door (karakter)sterkte overwinnen we. Zijn bemanning inspireerde hij tot
onwrikbare loyaliteit en bewondering : hij was gewoonweg «the boss». Zijn
leiderschapskwaliteiten hebben mensenlevens gered in enkele van de meest
heroïsche episodes in de exploratie van Antarctica.
De Endurance Expeditie
Na zijn teleurstellende deelname in Scotts Discovery Expeditie, had Shackleton zijn eigen «British Antarctic Expedition» op touw gezet in 1908-09 aan boord van de driemaster «Nimrod». De heroïsche tocht zou hem en drie makkers (Adams, Marshall en Frank Wild) van het Ross ijsplateau tot op 180 km van de Zuidpool leiden, toen voedseltekorten hen dwongen terug te keren. «Het was de moeilijkste beslissing in mijn leven» vertelde de poolreiziger later.
Het lot van Shackletons legendarische expeditie is gekend : op 19 januari 1915 raakt de driemaster «Endurance» vast in het pakijs van de Weddell Zee. Het schip wordt onverbiddelijk gekraakt tot het op 21 november zinkt. Tevergeefs wacht de opvangploeg aan de Ross Zee op de komst van «the Boss»: van een transantarctische overtocht komt niets in huis. Vijf maanden lang sleuren Shackleton en zijn mannen de drie reddingssloepen met voedselvoorraden van de «Endurance» over het pakijs van de Weddell Zee tot ze eindelijk open water bereiken. Depressie en ontmoediging ondermijnen het moraal van de ploeg, maar Shackleton houdt stand en broedt zijn reddingsplan uit.
De Overtocht Naar Elephant Island
Op 8 april beslist « the Boss » de drie sloepen te water te laten om door het drijfijs heen de overtocht te wagen naar Elephant Island, in de Zuid-Shetland eilandengroep. De Antarctische winter zorgt al voor zwaar stormweer, afgewisseld met dichte nevel die de navigatie bemoeilijkt. Het is –20°. Bevroren vingers en voeten beginnen het moraal van de bemanning te ondermijnen. Maar « the Boss » gelooft erin. De totale fysieke en morele uitputting nabij, bereiken ze op 15 april Cape Valentine op het ruige, onbewoonde Elephant Island : na 497 dagen op ijs en water hebben ze voor ‘t eerst terug vaste voet aan de grond. Eindelijk nog eens een warme maaltijd van zeehondensteak en robbenvetspek.
Maar het enge rotsstrand aan de rand van driehonderd meter hoge ijsflanken, biedt geen soelaas tegen de aanrollende golven die ‘s nachts een van de tenten onderspoelen. Shackleton stuurt zijn vertrouwensman, Frank Wild, in een van de sloepen op verkenning, en op 17 april, na een afslovende roeipartij in zware zee, bereikt de ganse ploeg een beter beschermd rotsstrand zeven mijl verder aan de noordkant, «Point Wild» gedoopt.
De dichtstbijgelegen bewoonde eilanden zijn de Falklands op vijfhonderd veertig mijl, en de Noorse walvisstations op Zuid-Georgië achthonderd mijl ver. Gezien de overheersende noordwestelijke windstroming, wordt dit laatste Shackletons beste optie. Op 20 april deelt hij zijn noodplan mee aan de bemanning. Frank Wild is de sterke man en eeuwige optimist, die het moraal van de achterblijvers hoog moet houden : hij krijgt de leiding van het kamp. Shackleton geeft men een brief met precieze instructies voor het geval zijn hulpplan niet mocht slagen. «The boss» selecteert vijf man voor de riskante overtocht. De resterende voedselvoorraden worden zorgvuldig verdeeld.
De zeven meter lange sloep «James Caird» wordt door de scheepsschrijnwerker, McCarthy, met zijn half bevroren handen wat meer zeewaardig gemaakt. Hij herstelt een gat boven de waterlijn veroorzaakt door een vlijmscherpe ijsschol. Een laag rotsen en keien wordt op de bodem gelegd voor extra stabiliteit, en het dek wordt gedeeltelijk toe getimmerd voor bescherming tegen de sneeuwstormen en de hoge golven.
1300 km naar Zuid-Georgië
Zware sneeuwstormen vertragen het vertrek. Eindelijk is het zo ver. Tweeëntwintig bemanningsleden blijven achter op het eenzame Point Wild, kamperend onder twee omgedraaide sloepen. Op 24 april gaat de Caird te water richting Zuid-Georgië voor een tocht van duizend driehonderd kilometer op één van de ruwste zeeën van onze planeet en in volle Antarctische winter. De Australische cineast-fotograaf van de expeditie, Frank Hurley, legt het vertrek vast in één van zijn prachtige foto’s (bewaard in de Royal Geographic Society te Londen).
Navigator Worsley
heeft enkel een sextant, een chronometer en een verrekijker als instrumenten.
Zestien dagen duurt de legendarische overtocht, vaak in een ijzige acht à negen
Beaufort, onder stijf bevroren zeilen. Twee bemanningsleden waren de dood
nabij. De Caird overleeft op het
nippertje een gigantische golf, « hoger dan alles wat ik in 26 jaar
ervaring op zee ooit had meegemaakt » aldus Shackleton.
Eindelijk, in zware mist signaleren zeewier en ijsvogels de nabijheid van wat Zuid-Georgië moet zijn. De stroming is sterk en als ze dit eiland mislopen wordt het hun ondergang. Worsley kan slechts op 10 mijl na de positie van de Caird bepalen. Met heel wat giswerk en op Worsleys instinct af, bereiken ze King Haakon Baai aan de totaal onbewoonde zuidkant van Zuid-Georgië – het eiland van waaruit de Endurance op 5 december 1914 op zijn fatale tocht was vertrokken. Met hun laatste krachten sleuren ze de Caird uit het water. Maar de redding is nog niet in zicht. De walvisstations van Grytviken en Stromness Baai bevinden zich aan noordoostelijke kant. Het binnenland van Zuid-Georgië was nog nooit in kaart gebracht.
Terug in de bewoonde wereld
Zesendertig uur lang duurt de tocht van Shackleton en twee kompanen over gletsjers, bergpassen van duizend achthonderd meter hoog en een bevroren waterval. Op 20 mei bereiken ze het walvissation van Stromness Baai. Met hun lange baarden en samengeklit haar maken ze een monsterachtige indruk: twee jongens die hen ontmoeten slaan verschrikt op de vlucht. Ze bereiken het huis van de Noorse manager.Uit Shackletons dagboek « South » :
« Mr. Sorlle kwam aan de voordeur en zei: « wel ? »
« Ken je me niet » zei ik.
« Ik ken je stem » antwoordde hij twijfelachtig…
« Mijn naam is Shackleton » zei ik.
Een walvisvanger die de ontmoeting bijwoonde schreef in een brief in gebroken Engels: « Me - I turn away and weep ».
« Kom erin, kom erin » zegt de onthutste en ontroerde manager.
« Vertel eens : wanneer is de oorlog geëindigd ? », vraagt Shackleton.
« De oorlog is nog niet gedaan… Miljoenen worden afgeslacht. Europa is gek geworden. De wereld is gek geworden… » aldus de manager.
De gastvrijheid van hun Noorse gastheer kent geen grenzen. De drie bemanningsleden die in King Haakon Baai bij de Caird achterbleven, worden prompt opgehaald met de walvisvanger Samson. De James Caird wordt op sleeptouw genomen, en door de Noren als een relikwie aan land gedragen. Dat die open sloep duizend driehonderd kilometer de Zuid-Atlantische Oceaan in dit seizoen had getrotseerd en overleefd…: de doorwinterde Noorse walvisvaarders die met dit soort zeeën al te vertrouwd waren, kunnen hun oren niet geloven.
Redding van de ploeg op Point Wild
Dan begint de zoektocht naar een gepast schip om de achtergebleven ploeg op Elephant Island te gaan redden. Een poging van een vissersboot uit Uruguay mislukt en raakt niet door het pakijs. Een tweede schip, de Emma, vaart uit van Punta Arenas, maar moet eveneens rechtsomkeer maken op honderd mijl van Elephant Island. Weken en maanden gaan voorbij. Op Point Wild hheerst nog weinig hoop: Shackleton is allicht in zijn onmogelijk opzet mislukt en de James Caird is met man en muis vergaan.
Een Chileense sleepboot, de Yelcho, onder bevel van ene Kapitein Pardo, brengt uiteindelijk de redding en weet op 30 augustus 1916 de ganse resterende bemanning op te pikken na vier maanden kamperen onder twee reddingssloepen. De wanhoop nabij had Frank Wild net besloten om de twee resterende sloepen in gereedheid te brengen om in het warmere weer een eigen overtocht te wagen op open zee richting Zuid-Georgië. Pardo’s buste prijkt nu op Point Wild: in Chili wordt de man als een held vereerd.
Vanuit Punta Arenas schrijft Shackleton aan zijn vrouw : «I have done it… Not a life lost and we have been through hell». Het dramatisch wedervaren van de Aurora expeditie in de Ross Zee had hem toen allicht nog niet bereikt. Shackleton ligt begraven op het eenzame kerkhof van het oude walvisstation Grytviken op Zuid-Georgië, waar hij stierf door een hartaanval op zijn schip net voor hij opnieuw wilde vertrekken op een nieuwe expeditie naar de Weddell Zee in 1922. In Dulwich College, op een bed van keien uit Zuid-Georgië, ligt de «James Caird» als stille getuige van Shackletons motto : «Fortitudine vincimus».
Wilfried Geens
Voor recente foto’s van Elephant Island en Zuid-Georgië : surf naar
http://www.sighs.com/oog/cat_elephant_island.html#001229
http://www.sighs.com/oog/cat_south_georgia.html#001224
In 1994 werd een « James Caird Society » opgericht om het publiek te informeren over alles wat Shackleton betreft en de gerschiedenis van Antarctische exploratie. Surf naar
http://www.jamescairdsociety.com/
