Sinds de middeleeuwen was de Rupelstreek uitgegroeid tot hèt baksteen-centrum in België. De steenbakkerijen en een aantal aanverwante sectoren zorgden voor een hoge tewerkstelling en relatieve welvaart in de streek.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw keerde echter het tij. De ene na de andere steenbakkerij ging failliet. De Rupelstreek bleef gehavend achter: een verwoest landschap en een grote terugloop van de tewerkstelling. Niet alleen in de steenbakkerijen maar ook met de toeleveringsbedrijven zoals de scheepsbouw die de steenschuiten bouwden om de baksteen te exporteren, ging het erg snel bergaf.
Bewonersorganisaties weerden zich om de leefbaarheid van hun woonbuurten te behouden. Ze probeerden ook hun streek toeristisch aantrekkelijk te maken door het industrieel-archeologisch patrimonium van de kaalslag te redden. Tegelijk probeerde men om te beletten dat de ambachtelijke kennis o.a. op het vlak van scheepsbouw zou verloren gaan.
In deze geest van “streekbehoud” ontstond ook het werklozeninitiatief “De Steenschuit”. Door het bouwen van replica’s van historische schepen wou men langdurig laaggeschoolde werklozen de kans geven technieken en attitudes te verwerven die hen weerbaarder moeten maken op de arbeidsmarkt!
In 1993 werd het project door de VDAB erkend als beroepsopleiding en groeide er een intense samenwerking om de werklozen een gedegen vakopleiding te geven en te bemiddelen naar de arbeidsmarkt.
Door de grote visibiliteit van de afgewerkte producten, genereert De Steenschuit grote media-aandacht en publieke belangstelling die positieve effecten creëert op deze streek in nood. Toen de tweemast gaffelschoener “Rupel” in 1996 met veel tromgeroffel werd te water gelaten leefde de Rupelstreek nog met haar rug naar de rivier.
Sindsdien heeft ze de toeristische potenties van de rivier ontdekt en ontstaan allerlei initiatieven die de streek nieuwe economische impulsen geven. Ook de VDAB deelt in de positieve uitstraling van de Steenschuitprojecten. Met de tweemaster “Rupel” kreeg ze er een varende ambassadeur bij die in allerlei Europese havens getuigenis kan afleggen van wat werklozen vermogen te presteren mits een goede coaching.
De werklozen zelf die voor hun deelname aan het steenschuit-project gecatalogeerd staan als moeilijk tot onmogelijk bemiddelbaar, beleven de ervaring van hun leven. Zij ervaren niet alleen een belangrijke sociale en psychologische opkikker, velen onder hen worden door de VDAB-Steenschuit tandem op het spoor gezet van een nieuwe tewerkstelling.
De samenwerking tussen De Steenschuit en VDAB is een mooi voorbeeld van “good practices” niet alleen omwille van de meetbare resultaten op het vlak van doorstroomresultaten maar ook en vooral door de effecten op sociaal, maatschappelijk en economisch vlak.
Inmiddels heeft het Steenschuitproject school gemaakt en staat het model voor andere sociaal maritieme initiatieven in Vlaanderen en Nederland.
Zo heeft de Gentse havengemeenschap bij De Steenschuit de Gentse Barge uit 1785 laten nabouwen. Deze prestigieuze houten trekschuit wordt nu ingezet bij toeristische en promotionele activiteiten voor de Stad Gent en haar haven.
In het ondertussen bekende Steencaycken, een sociaal eetcafé naast de steenschuitwerf, heeft menig maritiem toerist verpozing gezocht en gevonden aan de Rupelkant.
Samen met organisaties zoals het Belgica Genootschap en onder de Hoge Bescherming van Hare Majesteit Koningin Paola van België, wordt in het kader van het Internationaal Pooljaar het legendarische poolschip van Adrien de Gerlache Belgica herbouwd in opdracht van Vzw New Belgica.
De Steenschuit heeft ook plannen om een replica te bouwen van een stalen Steenschuit : de Clotilde II zal worden ingezet bij de riviertoeristische ontsluiting van de Rupelstreek en worden uitgerust met een revolutionaire waterstofmotor.
Door haar niet aflatende inspanningen om opleidings-doelstellingen te linken aan projecten met een maatschappelijk-economische bodem, heeft de Steenschuit de aandacht weten te wekken van tal van bedrijven, regeringsleden en allerlei instanties. Zo ook van een werkgroep rond Bestendig Afgevaardigde Frank Geudens, die Steenschuit-manager Eddy Stuer tot "Rupeliaan van het Jaar 2004" uitriep.





